ROZENKRANS, 10 KEER DIEPER BIDDEN
Je kan er heel wat over zeggen, maar in essentie doet de rozenkrans het volgende: Het creëert de spirituele omstandigheid waarin Gods dauw op efficiënte wijze je geest kan binnensijpelen.
Hoeveel tijd neemt het in beslag? Een half uurtje. Wat? Ik ben er zeker van dat de duur van dit gebed de grootste hinderpaal vormt bij de gelovigen. Bij mij is dat zeker zo. Maar dit is nu net wat God van ons vraagt, namelijk, net voldoende tijd om die ziel van ons te raken. De monikken van ouds waagden zich dagelijks aan de 150 psalmen, maar van gewone stervelingen vraagt God dus een klein half uurtje. En dat is wat de rozenkrans voor ons klaarlegt omdat wij spontaan niet in staat blijken om zolang contact te houden met God.
God, als gebedspedagoog, bepaalt de lengte van het parcours, maar heeft ook een welbepaalde stijl in gedachte. Uit angst voor 'ijdel herhalen' gingen sommigen plots concluderen dat God veel liever luistert naar een gelovige die een half uur met eigen woorden datgene zegt wat God al lang wist. Een soort heilig opstel voor God, God een biografietje, een pagina uit ons dagboek voorlezen. Wil God dat wij, praatzieke mensen, blijven babbelen wanneer we onze ziel aan Hem aanbieden? Moet het zelfs op dit heilig moment over ons gaan? Het is God om onze ziel en die van onze naaste te doen.
Wil God dan dat we een half uur totale stilte beleven? Woordenloos gebed? Neen, want dat is opnieuw voor de vergevorderde contemplatieve mysticus. Een half uur stilte, ook dat lukt ons niet! We hebben de beweging van de mond nodig, een zekere inhoudelijke input, en als het kan liefst ook iets om in de hand te houden, iets dat ons begeleidt op de gebedsweg met een start- en een eindpunt.
De tien weesgegroeten zijn trouwens niet bedoeld als opeenstapeling van meer en meer woorden. We dicteren geen novelle aan God. Het is eigenlijk één groot weesgegroet dat tien keer dieper gebeden wordt. We krijgen tien maal meer tijd om verder af te steken naar de diepte. Meer nog, dit basisgebed brengt ons niet zozeer bij Maria, maar brengt ons langsheen de menswording in de schoot van Maria, tot het aanschouwen van het gelaat van Christus. Dat is, zegt paus Johannes Paulus II, de essentie van het rozenkransgebed. Je mag de woorden bemediteren maar dat hoeft helemaal niet, want tijdens het glijden over deze woorden wordt ons gevraagd om de twintig facetten (vijf per dag) van het leven van Jezus te bemediteren. We krijgen de kans om tijdens de zachte stroom van deze incarnatiewoorden, te smeken om de gaven van de heilige Geest, te bidden voor een toename in de deugden, te bidden voor al de intenties die gedurende dit half uur plots de kans krijgen zich aan te dienen.
Het rozenkransgebed houdt de focus van onze ziel op God, net lang genoeg, het brengt ons de catechese van de ziel, het plant de deugd, het laat ons intens bidden voor de ander en het is het ultieme rendez-vous met de heilige Geest die in onze geest al zijn gaven wil storten. Welk ander gebed heeft zoveel troeven in de hand?
Dit gebed is een geschenk uit de hemel. Het wordt elke dag anders gebeden omdat God de kans krijgt om de accenten te leggen die wij nodig hebben. Het is eenvoudigweg bidden zoals God het bedoeld heeft. Elke dag opnieuw.
