Praktiserende katholieken weten dit uit ervaring: wanneer je plant om ten volle te genieten vlak voor een tijd van onthechting, dan lukt dit niet. Die laatste vette dinsdag vlak voor de vasten, of vlak voor een streng dieet, wordt nooit wat je er van kon voorstellen. De honger is veel te snel gestild. Meer nog, je hebt die dag ogenschijnlijk minder honger, op de koop toe!
Durf eens mee in te treden in de "vette dinsdagavond" van iemand die een afspraak heeft met de euthanasiespuit, vooral als die persoon nog een redelijk normaal leven lijdt. Voel de constant circulerende gedachte van "nu levend, straks dood" in het hoofd. Het gevoel van verlies dat moet weggedrukt worden. Weggedrukt met het nihil van "voor altijd gedaan". Het rondkijken voor de laatste keer naar de dingen. En ook naar de mensen die je uit keuze achterlaat. Verplicht afscheid nemen met voorbedachte rade. Een oneindige stroom aan tegengestelde gedachten met als plan om plots, op het voorlaatste moment, alle gedachten te stoppen, een laatste maal inademen, en "doe het nu".
Ik probeer het mij voor te stellen wat het moet zijn als je er van overtuigd bent dat dit je allerlaatste dag is, voor eeuwig. Genieten? Totaal onmogelijk. Genieten zit namelijk niet in het moment. Het zit in de context van een moment. Een context waarin dit mooi moment kan gekoppeld worden aan nog te verwachten mooie momenten. Genieten kan je enkel als je weet dat dit niet je laatste hap is, niet de laatste fles, niet de laatste portie, niet je laatste avond. Genieten kan je ook niet als je weet dat je bedroefden achterlaat. En ook niet als je weet dat er nog heel wat genoten zal worden in jouw eeuwige afwezigheid.
Maar het gaat niet om genieten, zullen sommigen zeggen. Het gaat er om het lijden geen kans te geven. Maar wat staat er tegenover leed? Inderdaad, genot. Als er op dit cruciaal moment geen genot is, dan heeft het leed nog steeds de overhand. Zelfs een hevig afscheidsfeest kan dat niet camoufleren. Iemand met euthanasie in de gedachte kiest voor een abstract soort lijden. Hij kan niet genieten. Nooit meer.
Wanneer je ziek bent, wanneer sterven plots tot de mogelijkheden behoort, vind je geen genot in het rijkelijk vloeien van wijnen, of in vleselijke uitspattingen. Wanneer sterven op het toneel verschijnt, is genieten eerder een dronk water in plaats van een droge mond. Gewoon de aanwezigheid van mensen die jou graag zien.
De euthanasiespuit is geen glas wijn. Het is zelfs geen dronk water. Het is dodelijk vergif. Een dosis, ingespoten op jouw verzoek. Het stond op de agenda. Het neemt de droge mond niet weg. Het stokt je adem, alsof iemand je net vergiftigd heeft. Je ogen gesloten, maar je ziel kijkt verder en ziet de prik van de verdoving. Je lichaam slaapt, maar je ziel ziet de volgende stap, de toediening van het vergif en het effect op het lichaam. Je ziel neemt afstand van dat lichaam dat daar nu bewegingsloos ligt met een hart dat niet meer klopt. Wat je ziel nu beleeft staat niet in de boeken van jouw filosofie. Is dit de dood omzeilen? Op dat moment verlaten de omstanders de kamer.
Toen bij Dr. Sylvie Menard, één van de meest vermaarde oncologen in Europa, botkanker werd geconstateerd, heeft zij haar euthanasiestandpunt grondig herzien. Zij ontdekte dat voor een zieke de dood plots meer wordt dan een begrip en zij besluit: "vandaag is iedere kans op leven waardevol voor mij”. “Zelfs als je niet alles meer kunt en je aan bed gekluisterd bent, maar nog steeds de genegenheid van je familieleden ervaart, blijft het naar mijn mening zelfs in die omstandigheden de moeite waard te blijven leven". (KN/CNA)
Claus was een praktiserend anti-katholiek. 'Anti-zijn' kan je enkel luidop, door het stellen van daden. Dit was zijn laatste daad, een laatste illustratie van het nihilistische alternatief. Maar wij, wij leven nog en kunnen nog vele daden stellen. Onder andere het schrijven van een artikel als broodnodig tegengif.
Ik getuig met overtuiging, samen met Dr. Sylvie Menard, dat een ziek mens, nog niet besmet door het nihilisme, nog wel kan genieten, tussen de harde momenten door van het leven want de dood is een deel van het leven. Een leven dat je niet alleen moet dragen. Een leven waarin je niet de onmenselijke verantwoordelijkheid draagt om het programma van je laatste dag op te maken.