Vandaag katholiek
Vandaag katholiek zijn, is origineel zijn. We getuigen van iets nieuws met zijn wortels diep in de bron van ons bestaan.
Twitter
Zoek
Laatste Bewegingen
Reacties
Blogposts

Voor een volledig oordeel

Lezen met de Kerk
Contact
This form does not yet contain any fields.

    Vaticaan op YouTube
    Katholiek Worden
    Saturday
    May182013

    Pinksteren, reden om te geloven

    Omdat hij een goed mens was? Neen, dat is niet de reden waarom wij geloven in Jezus. Wij noemen hem goed omdat hij iets goeds voor ons gedaan heeft. Hij heeft ons verlost en een slecht mens doet zoiets niet. Een goed mens trouwens ook niet. Die moet zorgen voor zijn gezin, of zijn werkgever tevreden stellen. Jezus is meer dan goed, hij is verlosser. Maar van wat zijn wij verlost? Niet van de Romeinse bezetter, niet van de gewetenloze crimineel en niet van politieke corruptie. Niet van hongersnood, niet van de tsunami en niet van pancreaskanker.

    Toen zij met hem rondtrokken zagen zijn leerlingen reeds de hoop, zij voelden de euforie. Het was een echte voorproef van het fantastische rijk van God dat zich warempel begon aan te dienen. Het kan niet anders of zij moeten gedacht hebben dat het nu niet meer verkeerd kon lopen. Met iemand als Jezus moet alles veranderen. Misschien is hij de eeuwige die de dood niet zal smaken, en wij met hem? Maar niet alles veranderde. Hij stierf, even kwetsbaar als een gewoon mens. Dus, wisten zij, zullen wij ook sterven, want de dienaar staat niet boven zijn meester.

    Met deze diep-kwellende teleurstelling moeten wij rekening houden. Het totale failliet van het geloof in die ene en enige die het rijk van eeuwige hoop aankondigde. Wat een dramatische verwonding van de ziel van al de mensen die naar hem opkeken. Een mes, recht in het hart van de levensverwachting. Kijk maar naar Judas. Zo verstikkend was het allemaal geworden. "Vader, waarom hebt gij mij verlaten!?"

    Hoe kan daar een universeel geloof uit geboren worden? Een geloof dat nota bene zal verkondigen dat het Rijk van God daadwerkelijk aangebroken is en dat niets verloren is. We moeten er diep van overtuigd raken dat het Christus-geloof en de imitatio Christi totaal onmogelijk zijn. Je bouwt geen universeel bouwwerk als eerst het fundament ervan volledig implodeert. Je kan niet naar boven toe werken door je voeten stevig te plaatsen op de mist.

    Er is iets gebeurd. Iets ingrijpend. Iets dat de angstige gebroken zielen die zich met Jezus hadden verbonden, heelde en een onwaarschijnlijke dosis adrenaline toediende. Heb ik het over de verrijzenis? Ja, maar dan slechts onrechtstreeks. We lezen immers in de Schrift dat zelfs een gereporteerd leeg graf de reizigers naar Emmaus koud liet. Ze zijn het niet eens gaan verifiëren. Anderen herkenden de Opgestane pas na lang aandringen. Weer anderen durfden het hem niet vragen. Twijfel, niet-herkenning, bijna-hoop, angst om de ongepaste vraag te stellen, dan eindelijk, een moment van herkenning, en juist dan verdwijnt hij weer uit hun zicht. Wat is hier aan de hand? Hij is niet op te sporen en komt slechts wanneer hij zelf wil om dan snel weer te verdwijnen. Het lijkt erop dat hij er is, maar dan vaart hij reeds ten hemel. En weer twijfel, onzekerheid, ja zelfs angst. Maar wel gedeelde angst. Onzekerheid in verbondenheid. In de bovenzaal is er sprake van een gezamenlijk wachten, van een uitkijken naar iets, naar iets van betekenis. Wat dit ook moge zijn, het moet neerdalen van omhoog, vanuit de bovennatuur, want laten we eerlijk zijn, de natuur, de geschiedenis lijkt ons volledig in de steek te hebben gelaten. Als hier beneden enkel depressie is, dan moet het medicijn uit de hemel komen.

    Broeders en zusters, ik zeg u nu wat gij al weet: Het goddelijke antwoord is niet uitgebleven. Het geschenk van universele en eeuwige waarde is Pinksteren! Jawel, dat is de grote goddelijke motor die alles doet veranderen. De heilige Geest is het antwoord van God op de plaatsvervangende lijdensweg van onze Representant, namelijk Jezus Christus. Wij kunnen misschien twijfelen aan zijn verrijzenis, maar we kunnen niet twijfelen aan Pinksteren. Pinksteren, de uitstorting van de Geest, recht in onze geschiedenis, is het finale bewijs van de verrijzenis van Christus. Voor de eerste christenen is het sterven, de verrijzenis en de hemelvaart van Jezus én de Geestuitstorting één groot geheel, zelfs één heilsgebeuren. Nogmaals, Pinksteren is het bewijs dat Jezus de dood overwonnen heeft en NIET door de Vader verlaten werd. Dit bewijs, deze instorting van de Geest van God, is het mandaat geworden van de kerk die op dat moment geboren werd. Door Pinksteren worden de bange leerlingen tot apostelen en worden zo zelf fundament van Gods heilsbouwwerk. De kerk is geboren en verkondigt meteen het goede nieuws. En wat verkondigt zij?

    Het grote wonder dat aan Jezus geschiedde, Zijn verrijzenis, is onze hoop op verrijzenis. Wie zich in Jezus laat opnemen, wie zich in Jezus, als broer of zus, laat insluiten, zal - zowaar Pinksteren aan de mensheid is geschied - ook opgewekt worden door de Vader. Dat is de hoop! Dat is de verlossing! Verlossing van wat? Verlossing van hopeloosheid, verlossing van de eeuwige betekenisloosheid, verlossing van de macht van de dood en de klauwen van dé boosdoener, verlossing van diepe uitzichtloosheid. En tenslotte, verlossing van de helse depressie zonder ophouden. Als de hemelse Vader, de lichamelijk vernietigde Jezus kan opwekken, kan Hij en zal Hij ook ons opwekken! Dat is de christelijke hoop.

    Daarom, als je twijfelt en worstelt met die mysterieuze verrijzenis van Jezus, als je teleurgesteld bent in het feit dat die allermooiste Mens ten hemel verdween, besef dan dat Pinksteren een fenomenaal historisch bevestigend teken uit de hemel is, dat angst kan transformeren in moed en dat de dood niet het laatste woord heeft.

    Daarom, als je twijfelt aan die mysterieuze aanwezigheid van de Kerk, als je verward bent door het feit dat de wereld dit universeel lichaam van hoop, geloof en liefde probeert te kruisigen, besef dan dat dit historisch instituut, Gods wonderlijk heilsaanbod is, gegrondvest op het onwrikbaar fundament van de apostelen met Jezus Christus als de hoeksteen.

    Haasten wij ons dan naar een kerk. Ja, is het feit dat er een kerk op slechts enkele kilometers van ieder van ons verwijderd is, op zichzelf al niet een bevestiging van de werkelijke tegenwoordigheid van God onder ons? Laten wij die kerk dan binnengaan, knielen en de Vader danken voor het geschenk van onze Verlosser Jezus Christus. Laat ons Christus omarmen in brood en wijn en Hem danken voor het schenken van de Geest als bewijs van zijn aankomst in de hemel. Laat ons tenslotte de Geest vragen om het dagelijkse wonder te verrichten waarbij ons geloof ons inspireert tot een leven van ware schoonheid en liefde.

    Thursday
    May092013

    De vergeving van de onschuld

    Ik draag een kind op de arm. Voorzichtig begeef ik mij naar de doopvont. In dit gewijde bassin waarin een bron van vergeving ontspringt, wacht de genade Gods om er een mensenlichaam aan te raken. Het gaat om een mysterie op een verborgen pad waarvan enkel de ouders de coördinaten kennen. Het pasgeboren kind laat er zich heen voeren en ondergaat de onzichtbaarheid van de redding.

    Wanneer het water in drievoud over het hoofdje parelt, groeit het besef dat ik mijn kind voorga in geloof. Door mijn geloof wordt het nu reeds ondergedompeld in de volle Christus. Ik geloof en het kind wordt gered.

    Waarin ik mijn kind nog voorga, is de zonde. Nog voor mijn kind kan zondigen, zal ik het voor hem doen. Wie echt vergeving nodig heeft, is de ouder. Ik zondig en het onschuldig kind wordt vergeven.

    Maar waarvan wordt het kind dan vergeven? Heeft het iets geërfd? Persoonlijke schuld kan je natuurlijk niet erven. Gelukkig maar. Het kan dus niet gaan om een schuld waarop je kan afgerekend worden.

    Wel zijn we allemaal een stukje gedetermineerd: de zwakke kantjes van de ouder steken wel eens opnieuw de kop op in het kind; een geprivilegieerde kindertijd kan ons verleiden tot een hoogmoedige grondhouding; een kind dat blootgesteld werd aan geweld is geneigd dit gedrag te imiteren; en zo meer. Een kind kopieert of rebelleert; meestal ergens daartussenin. Het is deze omstandigheid die wij 'erven'. Het is die realiteit die ons zal verleiden tot persoonlijke zonde.

    Naar de essentie moeten wij de term 'erfzonde' dan ook begrijpen als een metafoor waarmee wij 'het probleem van de oorsprong van het kwaad onder ogen zien'. (1) Erfzonde verwijst eenvoudigweg naar het bestaan van het kwaad in de wereld en naar de realiteit dat dit kwaad zich een weg zal banen in ons persoonlijk leven. Het beeld van de erfzonde wil ons bijbrengen dat wij niet steeds op eigen kracht aan de goede kant van de levensweg zullen staan. We blijven enkel staande 'door de blik van ons geloof te vestigen op Hem die als enige het kwaad overwonnen heeft.' (1)

    Dopen in de hoogste versnelling uit angst voor het verliezen van een kinderziel, verwart erfzonde met persoonlijke schuld. Te veel hebben we gedacht aan het wegsnijden van een kwaadaardige erfenis en te weinig hebben wij stilgestaan bij de opdracht die het doopsel ons geeft.

    De apostel Paulus verwijst nochtans meteen naar die nieuwe levensopdracht: door de doop zijn wij uit de macht van de dood opgewekt om een nieuw leven te leiden. We krijgen de opdracht om niet langer toe te geven aan onze begeerten. (2)

    Is het niet vreemd dat de zonden van een baby vergeven worden, nog voor die kan zondigen? Het kind moet nog aan zijn leven beginnen.

    Het doet mij denken aan het mysterie van het scheppingsverhaal. Net zoals bij het doopwater zweeft ook hier de Geest over het water. De aarde wordt een vruchtbare plaats, een paradijs met daarin een perfect mensenpaar, zonder schaamte of schuld. Net zoals bij een pasgeborene, is ook hier alles vrij van smet. De hemel op kop. Een reinigend bad voorafgaand aan de zandstorm van de mensengeschiedenis. Een soort hemels hiervoormaals.

    Evenzeer bij de schepping als bij de kinderdoop lijkt het of de dingen omgekeerd worden voorgesteld. Ze lijken te willen vertrekken vanuit het hemelse eindpunt. En zo is dat ook. Dit is eindtijdelijk denken, vertrekkende vanuit het ideaal, vanuit de belofte. Dit is het 'nu' koppelen aan het 'straks'. Het is het raken van het 'hierna' vanuit het 'hier en nu'.

    Dit is katholiek denken, namelijk, de aardse realiteit verbinden met de hemelse verwachting. Dit is sacramenteel of reaal-symbolisch geloven. Het is worden wat je bent. Het gaat hier om het reddende traject van de mens die nu reeds in die redding mag gaan staan. Het is radicaal geloven in Gods tegenwoordigheid terwijl wij Hem pas later hopen te zien.

    Daarom zegt Paulus: 'Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God. De zonde mag niet langer over u heersen, want u leeft onder de genade'. (2)

    Kinderdoop is een prachtige geloofsdaad van een gelovig ouderpaar, maar dan moeten we het vooral zien als de opname van het kind in de kerkgemeenschap (3), met de geëngageerde hoop op een latere persoonlijke beslissing van dit kind om zich vertrouwd te maken met de doopopdracht en er werk van te maken.

    Bij volwassendoop is er een bijkomende vreugde omdat we ook de wegwassing van de voorbije persoonlijke zonden mogen vieren! Toch blijft in beide doopscenario's vooral de opdracht om in de kracht van de geschonken Geest, nu ook werkelijk in Christus te leven.

    Wij erven dus geen schuld. De echte erfenis ligt nog voor ons. Wees dan vreugdevol want de Vader stelt ons in staat te delen in de erfenis die alle heiligen wacht, wanneer straks, boven alle verbeelding uit, het volle licht zal schijnen in alle harten en de hele kosmos. (4)

    --
    (1) CKK 385
    (2) Rom 6,8-14
    (3) 1 Kor 12,13
    (4) Kol 1,11-12

    Sunday
    Apr212013

    Over vijanden en broeders

    Ik kan ten volle sympathiseren met de toenmalige kerkleiding. Het moet werkelijk moeilijk geweest zijn om in die opstandige Reformatie enige beweging van God te zien. En tot op de dag van vandaag ben ik - en velen met mij - niet bereid om Luther, Calvijn of Zwingli te vieren. Daarvoor kan ik te weinig door-heiligheid-gelegitimeerde frustratie detecteren in die grote persoonlijkheden. Maar ik wil wel iets leren van God. Want het is vooral God die ons blijft confronteren met het onverwachte.

    God begint altijd met een belofte of een verbond en zegt ons dat Hij de hele schepping in zijn hand houdt en wij niet hoeven te vrezen. Hijzelf is de waarborg voor het goede, voor heil en bescherming. En dan gebeurt het. De mens vreest! En dan nog terecht ook. Waar is namelijk dat goede? Ik zie het niet meer. En waar is dat heil? Waar is die eenheid waar God zo naar verlangt? Al wat wij zien is mislukking, chaos en een hemels nonchalant 'hier, los deze puzzel maar eens op'.

    Ja, dat is Gods pedagogiek, moet ik concluderen. God deelt op en laat ons achter met een opdracht. Kijk maar.

    Hij schept de mens; de man. Maar niet veel later daalt de hemelse Hand neer tot in diens zijde en vormt Hij een tegenover uit dit ene lichaam; een totaal andere. God deelt op. Prachtig, maar tegelijk een bron van voortdurende frustratie, door alle eeuwen heen. Een hele mensengeschiedenis zal de man nodig hebben om de vrouw als gelijke te waarderen.

    Hij brengt een volk tot stand dat Hij zijn eigen volk noemt en scheidt het hiermee af van de rest van het mensengeslacht. Een volk dat dit al snel begrijpt als een mandaat om zich te onderscheiden en zich zelfs te isoleren. Herkenbare problemen die ook weer tot op vandaag doorwerken.

    Ik maak grote sprongen. In Christus roept Hij op om ons te scharen rondom het wonder van de Verrijzenis, wat de afscheuring van de Joodse gemeenschap met zich meebrengt en instant een periode van martelaarschap inluidt. Ja, God houdt van opdelen.

    Na het eerste millennium volgt weer een goddelijke operatie. Hij opent opnieuw het kerklichaam, nu om er 'twee longen' in te onderscheiden: de Oosterse en de Westerse. Dat had een heel lange revalidatieperiode tot gevolg. De Kerk moest opnieuw leren ademen.

    Het kan dan ook niet anders of de mens heeft telkens weer tijd nodig om een volgende fase te rijmen met een goede God die belooft ons nooit in verwarring achter te laten. We zijn telkens zodanig van de kaart dat we ons goed moeten bezinnen alvorens we weer verder kunnen.

    Over opdelen gesproken. We spoelen een aantal eeuwen verder en het lijkt wel of God tot het besluit gekomen is dat de geloofswereld nog wel een duchtige schudding kan verwerken. Een menselijke hervorming wordt toegestaan met een hallucinante diaspora tot gevolg. 'Heer, hoe kunnen wij dit overleven? Zoveel scheuring zal onze dood betekenen! Was het niet Uw wens dat wij allen één zouden zijn?'.

    Omdat we perplex staan van zulke tegendraadse pedagogiek zijn we dan ook geneigd de mens als schuldenaar aan te duiden en God vrij te pleiten van enige medeplichtigheid. Maar mogen wij in al wat God toelaat, geen hoger plan onderscheiden; een opdracht voor de mens?

    'Goede God, over welke opdracht gaan het dan in hemelsnaam?!'

    De eerste opdracht is om onze verslagenheid, onze verwarring bij God te brengen. 'Heer, Uw plan is mysterieuzer dan het onze.' Wij krijgen verwerkingstijd; een langdurige en zuiverende retraite om tot het inzicht te komen dat wijzelf schuldig zijn aan totaal fout opdelen. Wij zijn het die opdelen in kampen. Wij blinken uit in een voorbarig en totaal oneerlijk scheiden van schapen en bokken. We zochten en vonden steeds de schuld bij de ander en nooit bij onszelf. Onze verweerde handen waren steeds gevuld met onkruid én tarwe.

    Wat blijkt telkens weer? Dat onze vijanden gewoon onze afgescheiden broeders zijn. Telkens weer hebben wij ze gecategoriseerd en aldus verketterd. We zijn nooit in staat geweest om de stelling 'geen heil buiten de Kerk' te beschouwen als een eerste deel van een veel langere zin.

    Het moest duren tot aan het tweede Vaticaans Concilie om van het 'punt' een 'komma' te maken en er dit aan toe te voegen: 'ofschoon men buiten de katholieke kerk meerdere elementen van heiliging en waarheid vindt, als eigen gaven van Christus' Kerk'. (LG 1,8)

    'De enige Kerk van Christus wordt gevonden in de katholieke Kerk', en dus ook daarbuiten. Wat een belijdenis! Een belijdenis die enkel mogelijk is na de vuurproef van de Reformatie.

    Ja, ik denk dat we mogen concluderen dat de grootste opdracht die God aan ons mensen geeft, er één is van verzoening. Naarmate God zelf een onbekend en daardoor ongeliefd deel van zijn plan in beeld brengt, moeten wij durven overgaan tot de grote opdracht van de verzoening.

    We kunnen dus niet anders dan actief deel te hebben aan de oecumene en zelfs aan de interreligieuze dialoog. Als we dit weigeren, verwerpen we de pedagogische aanpak van God. Dan weigeren wij te geloven dat God werkelijk Vader is en verdoemen wij onszelf tot een dwalend volkje van ongelukkige en verloren zonen.

    En dat zou zonde zijn.